Up



    Voornaam: Dieter
    Achternaam: Maiberg
    Nickname:
    Geboortejaar: 1961
    Land: Duitsland






  1. Waarom en wanneer ben je begonnen met het maken van je eigen kunstaas?
    Ik begon ongeveer 10 tot 12 jaar geleden met het maken van mijn eerste kunstaas. In het begin was dat om geld uit te sparen, maar later maakte ik ze meer en meer omdat ik niet tevreden was met het commerciële visgerief dat toen verkrijgbaar was. Ik merkte toen dat ik mijn eigen kunstaas en visgerief kon maken zodat ze geschikt waren voor de wateren die ik beviste. Mijn eerste kunstaasjes waren spinners en lepels. Ik herinner me dat de eerste spinnerbladen die ik maakte uit de holle bodem van drankblikjes waren gesneden. Naast kunstaas heb ik ook ander materiaal gemaakt zoals dobbers, loodgewichten, voerkorven, haak-afhouders (zie bvb bij zeevissen) en ander materiaal.
  2. Welke kunstaassoorten maak je?
    Gedurende vele jaren heb ik enkel spinners en lepels zelf gemaakt. Deze twee kunstaassoorten zijn erg populair in Duitsland. Ik ben werkzaam in de metaalindustrie en daarom kan ik aan afval van RVS platen in diverse diktes geraken die ik gebruik om lepels en spinnerbladen te maken met een hamer. Ik heb ook enkele methoden ontwikkeld om messing spinnerlijfjes thuis te maken zonder gebruik te maken van een draaibank. Ik gebruik daarvoor enkel een drilboor en enkele stukken gereedschap. Ik heb ook enkele methoden ontwikkeld om zeer zware spinnerlijfjes te maken door het gebruik van lege kogelhulzen of metalen pijpjes. De spinners die ik ermee maakte werken zeer goed op de diepe wateren die ik bevis, beter dan de commerciële spinners. Ik experimenteerde veel met spinnerbladen van fabrieksspinners en lepels. Nadat ik vele kunstaasjes op die manier maakte, ben ik een paar jaar geleden begonnen met het bouwen van houten pluggen. Na enkele mislukkingen leerde ik meer en meer over het maken van enkele goed vangende modellen. Ik experimenteerde met het maken van allerlei houten kunstaasjes en uiteindelijk belandde ik bij oppervlakte pluggen. Deze zijn weinig bekend in Duitsland hoewel ze tegenwoordig wel wat bekendheid verwerven via de Duitse hengelsport magazines. Ik maakte mijn eerste modellen volgens informatie uit Amerikaanse en Engelse boeken. Ik maakte ze in enorm veel verschillende modellen en lengtes. Na een aantal visdagen hadden enkele modellen zich bewezen als uitstekende vangers voor snoek en baars. In de loop der jaren is mijn kennis en ervaring toegenomen en mijn kunstaasjes werden steeds beter en beter. Daarom experimenteer ik nu door modellen te maken die niet in de winkels verkrijgbaar zijn en met eigen ontwerpen. Tegenwoordig maak ik niet enkel oppervlakte pluggen maar ook gewone pluggen en jerkbaits. Die laatste hebben al redelijk wat snoek opgeleverd.
  3. Welke kunstaassoorten hebben je voorkeur en welke vangen het beste?
    Ik heb al heel wat leuke herinneringen aan het vissen met zelfgemaakt aas en het lijkt erop dat ik elk seizoen wel een nieuwe favoriet heb. Ik ben steeds op zoek naar een “killer” voor het volgende seizoen want wat vorig jaar werkte, werkt vaak niet meer, of minder goed, in het volgende seizoen. In het verleden had ik geen nood aan houten pluggen omdat mijn spinners uitstekend vingen in de diepe wateren die ik bevis. Ze wierpen verder en ze liepen dieper dan de meeste commerciële spinners. Ik maakte ook mijn eigen copies van de DAM Effzett lepel. Deze leverde mooie snoeken op. Toen ik begon met het maken van houten pluggen, bleek dat deze toch net iets beter werkten bij momenten. Enkele van deze pluggen zijn mijn versies van de “Lucky 13”, de “whirlygig”, de “bass oreno”. Al deze oppervlakte pluggen zijn “skim&swim” kunstaasjes waarover je kan lezen in mijn artikel op deze site. Andere kunstaasjes die ik met succes heb ingezet, zijn mijn eigen versies van banaanvormige pluggen zoals de “Lazy Ike” en de “Flatfish”. Ik gebruik diepduikende fabrieksgemaakte pluggen zoals de Mann’s 30+ (niet de stretch versie) omdat ik er zelf nog niet in geslaagd ben om een zeer diepduikende plug te ontwikkelen. Verder gebruik ik lepels, pilkertjes, shads, ... voor het vissen in diep water.
  4. Welke houtsoorten gebruik je voor die aassoorten en waarom?
    Ik verkies Abachi hout voor het maken van oppervlakte aas en voor pluggen. Het enige probleem is dat het hier enkel verkrijgbaar is in planken van 27mm dikte. Indien ik dus meer volumineuze pluggen en oppervlakte pluggen wil maken, dan moet ik twee planken aaneen lijmen met watervaste lijm voor ik de vorm kan draaien op mijn draaibank. Voor het maken van jerkbaits gebruik ik beukenhout dat ik verkrijg via oude meubelen en tafelpoten. Verder gebruik ik ook Teak hout van oude broodplankjes, omdat deze erg geschikt zijn voor het maken van platte jerkbaits. Je kan ze echter alleen gebruiken indien ze nog niet vuil zijn. Door veelvuldig gebruik zet zich vet en vuil vast in het hout en dardoor hecht de verf moeilijk of helemaal niet aan het hout. Toen ik begin, gebruikte ik vooral vurenhout omdat dat makkelijk verkrijgbaar was. Het is echter niet echt geschikt omdat het hout sterk uitzet als het in contact komt met water. Daardoor breekt de verf makkelijk op en begint de plug snel zijn verflaag te verliezen. Abachi is volgens mij dus het allerbeste hout.
  5. Welke primer gebruik je?
    Ik dompel mijn Abachi-houten niet-geverfde pluggenblanks in een mengsel van 50% Lijnolie en 50% terpentijn. gedurende 3 tot 5 dagen. Deze methode maakt het hout bestand tegen water. In theorie zou deze pluggenblank dus gebruikt kunnen worden zonder enige verf of lak. Na het dompelen in dit mengsel, moeten de blanks zeker een week drogen. Ze worden dag na dag lichter van kleur, wat er op duidt dat de terpentijn aan het verdampen is waardoor enkel de lijnolie achterblijft. Na enkele dagen ruikt de pluggenblank ook bijna niet meer naar olie. Enkele dagen later is het geheel gereed voor het verven met witte grondverf. Abachi hout wordt slechts een heel klein beetje zwaarder door deze methode en blijft dus erg goed drijvend. Andere houtsoorten zoals beukenhout en lindenhout verliezen hun drijfkracht en soms zinkt de plug zelfs al zonder dat er lood aangebracht is. Ik raad deze methode ook niet aan voor vurenhout omdat het later zal uitzetten en de verf zal opbreken. Vurenhout verliest niet echt veel van zijn drijfkracht maar het blijft uitzetten als het in contact komt met water, ook al heb je de beschermende methode gebruikt met het mengsel. Na deze stap, dompel ik de blanks onder in een vloeibare Wood Sealer die te koop is in de meeste doe-het-zelf zaken en ik doe dit enkele malen. Vervolgens breng ik enkele laklagen aan met een borstel om de blank nog meer te beschermen tegen de snoekentanden. Ik ruw de laklagen dan wat op met schuurpapier nadat deze uitgehard zijn. Vervolgens breng ik de grondverf aan met een borstel, meestal twee lagen. Daarvoor gebruik ik een primer. Vervolgens breng ik een tweeral lagen aan van witte grondverf op waterbasis. Deze verf vult de kleine putjes in het hout beter. Om af te sluiten spuit ik enkele lagen van witte grondverf met een spuitbus om een effen oppervlak te bekomen.
  6. Hoe spuit je de kleurpatronen: airbrush of spuitbussen? Welke merken?
    Ik spuit mijn kleurpatronen met gewone spuitbussen uit de doe-het-zelf zaak, niets speciaals. Ik werk echter wel enkel met matte verf omdat de hoogglans te lang moet drogen en omdat de matte verf met zeer weinig laksoorten reageert. Ik zorg er ook voor dat ik enkel spuitbussen van hetzelfde merk gebruik om ervoor te zorgen dat ze compatibel zijn (bij elkaar passen zonder te reageren). Verder gebruik ik drie spuitbussen met metallic finish: goud, zilver en koper. Het gebruik van metallic verf is een beetje riskant omdat vele laksoorten reageren met deze bepaalde verfsoort. Voor het spuiten van schubbetjes (scales) duw ik de plug tegen een stuk net die ik in een kantenklos-ring heb gefixeerd. Deze ring heb ik gefixeerd in een vice. Ik spuit snel enkele verf-shots op de plug en vervolgens hang ik de plug te drogen. Ik neem de plug snel en in een beweging weg van het net om uitlopen van de verf te vermijden. Meestal zijn mijn pluggen korter dan 15 tot 18cm, daardoor passen deze mooi in de ring. Voor grotere pluggen breng ik het net aan zoals reeds beschreven werd op deze website in de kleurartikels. Dus via het gebruik van wasknijpers. Strepen en ronde vlekken spuit ik met sjablonen die ik ook fixeer in een vice. Ik hou opnieuw de pluggen tegen de achterkant van het sjabloon en spuit enkele snelle verfshots op de plug. Al deze methoden gebeuren met de vrije hand en vereisen dus enige concentratie. Sommige kleurpatronen verf ik met een borsteltje en modelbouw verf. Dit doe ik meestal bij het maken van de vlekken in een kikker kleurpatroon. Daarvoor spuit ik eerst het lijf van de plug in de basiskleur van het patroon en nadien “teken” ik de vlakken met witte grondverf. Nadien verf ik daarover met de gewenste kleur.
  7. Welke afwerklak gebruik je?
    Ik heb al vele problemen gehad in het verleden met het gebruik van lak . Ik startte met parketlak en bootlak, maar later was ik niet langer tevreden met deze relatief zachte afwerklak en daarom probeerde ik epoxy-lijm die gebruikt wordt voor wikkelingen voor geleide-ogen af te lakken. In het begin was ik er best tevreden mee, maar het was nog steeds niet erg hard en soms kwam de lak met de verf eraf na het vangen van enkele snoeken. Het rare was dat dit slechts bij enkele pluggen was, een minderheid laat ons zeggen. Daarom probeerde ik opnieuw andere lakken, waaronder een speciale lak die te koop is bij een Duitse doe-het-zelf zaak. Het resultaat was een steenharde en glanzende lak. Het enige nadeel van de PUR-lak, die trouwens een gewone een-component lak was, was dat je hem volledig diende op te gebruiken binnen een tijdspanne van 1 tot 2 weken na aankoop omdat hij na die periode lijmachtig werd en vervolgens hard werd. Hij kon ook niet aangebracht worden op metallic spuitverf en modelbouw verf. Hij lost deze verfsoorten namelijk op voordat hij hard wordt. Ik heb ook enkele pogingen ondernomen met 2-componenten lak die eveneens verkrijgbaar was bij de voorvermelde doe-het-zelf zaak. Ik had echter moeite om de twee componenten in de exacte verhoudingen te mengen. Indien je die verhoudingen niet exact respecteerde dan kreeg je een zachte, kleverige laag die niet meer wou uitharden. Het voordeel was wel dat deze lak niet reageerde met de spuitverf en modelbouw verf die ik gebruikte. Bijgevolg gebruik ik momenteel deze methode: eerst 2 tot 3 lagen van een autolak die een hard en glanzend resultaat geeft en vervolgens drie laklagen met epoxy lak. Ik werk al mijn abachi houten pluggen op die manier af. Zo zijn ze voldoende beschermd tegen lekken door het vangen van snoeken.
  8. Welke kunstaasjes zou je graag eens maken in de toekomst?
    Ik zou graag enkele houten pluggen maken die niet langer zijn dan 15cm, die tweedelig zijn, die drijvend zijn en zeer diep lopen. Ik heb ervaren dat hoe dieper een plug loopt, hoe moeilijker het wordt om die plug een goede actie te geven omdat zo’n plug een zeer grote lip vereist. De plug moet ook voldoende licht zijn zodat het gewicht van de lip de plug niet doet zinken, .... Er zijn nog vele andere dingen om rekeningen mee te houden. Ik vind dat een oppervlakte plug veel makkelijker is om te maken. Trouwens, als ik spreek over diepduikend, dan bedoel ik meer dan 6m diep.
  9. In welke soort wateren zet je je kunstaas het vaakst in?
    Ik gebruik mijn kunstaas meestal in grindgaten of een kleine rivier die kunstmatig is veranderd tot een race-baan voor roeiboten. Deze wateren zijn niet echt groot, maar ze zijn behoorlijk diep. Sommige zijn zelfs 27m diep, gemiddeld echter zo’n 6m diep. Soms bevis ik de Elbe met metalen kunstaas of kleine kanaaltjes met oppervlakte aas. Af en toe maak ik ook een uitstap naar enkele natuurlijke wateren in het noorden van Duitsland. Sommige van die meren zijn meer dan 60m diep!
  10. Enkele voorbeelden van je zelfgemaakt aas (foto's)